Kleine geschiedenis

Topgrafische kaart 1901

In de Middeleeuwen lagen de boerderijen als enclaves van bewoning bijeen in het landschap. Deze boer- of buurschappen waren gelegen rondom de oudste akkercomplexen, de essen. Rond het jaar 1000 nam de bevolking in omvang toe. De schaarse landbouwgronden moesten onder steeds meer bewoners verdeeld worden. De mogelijkheden voor nieuwe ontginningen waren beperkt. De boeren gebruikten de onontgonnen gronden voor beweiding, brandstofwinning en organische bemesting van hun akkers. Vanaf de 12de eeuw organiseerden de bewoners van de buurschappen zich in markenorganisaties en maakten afspraken over het beheer van hun grondgebied. Aan het hoofd van de marke stond een markerichter. De markegrenzen werden gemarkeerd met stenen en palen.
Het erfmarkenrichterschap van de marke Brecklenkamp is verbonden aan de Scholtenhof (de boerderij met de bakspieker aan Jonkershoesweg 4) te Brecklenkamp. Oorspronkelijk wordt deze functie uitgeoefend door de graaf van Bentheim alseigenaar van de hof. Deze geeft vóór 1640 de hof met het holtrichtersambt in pandschap aan Everhard Bentinck tot Brecklenkamp. In 1651 wordt de Scholtenhof door Bentheim geruild met de Heer van Twickel. Het markenrichterschap wordt nog tot na de aflossing van de pandsom in 1659 uitgeoefend door Brecklenkamp. Daarna is het in handen van Twickel.

Hier volgt een korte eigendomsgeschiedenis van de Scholtenhof (of Erve Scholten of Hof te Brecklenkamp genaamd) nu gelegen aan de Jonkershoesweg 4. De eigenaar van dit erf (of hof) was Erfmarkenrichter van Brecklenkamp.

  • eig. Graaf van Bentheim <1392-1651
  • in pandschap aan Huis Brecklenkamp 2000 (de bakspieker is gebouwd in 1738 )
  • leen Overijssel 1653-1800
  •  uitgang 1 rijder aan Vicarie Ootmarsum later aan Duitse Schoolmeester 1700
  •  uitgang aan Kerk Ootmarsum <1500-1854
  • aan Huis Twickel vanaf 1854

Overzicht van de pachtgrondslag e.d.

  • 1475 De Hoff, gewart, 2 s(chilt), sal men penden, dabit Egidy tho Lagen, dach geven, d.
  • 1601 Schultenhoff, 15 mudde geseiedes, 5 dachmal hoielandes. 7 – 15 – 0.
  • 1602 Schultenhoff, 15 mudt seylandt, 6 dachwerck hoylandt.
  • 1832 Kadaster gemeente Denekamp, sectie E nummer 885

Verklaring en toelichting:

Uitgangen:

Zijn kleinere lasten op het erve en zijn vaak ontstaan via schenkingen van de eigenaren, bijvoorbeeld aan kerkelijke instellingen (proosdijen, kapittels, vicaries en kloosters) als tegenprestatie voor de stichting van memories of jaargedachtenissen. Ook kunnen uitgangen het gevolg zijn van het feit dat eigenaren van een erve (tijdelijk) geld nodig hebben en daarvoor bijvoorbeeld 1 mud rogge als uitgang in de boerderij vestigen, totdat de schuld is terugbetaald. Sommige schulden zijn nooit meer ingelost en daardoor zijn de uitgangen blijven bestaan totdat ze, soms vele eeuwen later, zijn afgekocht. Uitgangen moeten door de boer op een vaste dag in het jaar bij de rechthebbende worden afgeleverd. De brenger en zijn paard krijgen dan wel te eten en drinken voordat ze de terugreis aanvaarden.

Leengoed(leen):

Een derde categorie boerderijen heeft de status van leengoed. Het leenstelsel is ontstaan in de tijd van de Karolingische vorsten en heeft stand gehouden tot de Franse tijd. De leengoederen worden door de leenheer in leen uitgegeven aan zijn leenmannen (vazallen) om in het levensonderhoud van hen en hun gezinnen te voorzien. In tijd van oorlog moeten de vazallen in  wapenuitrusting komen opdraven om hun heer te steunen in de strijd. Omstreeks 1800 komt aan het leenstelsel (in ieder geval in Twente) een definitief einde. Gegevens over deze boerderijen zijn te vinden in de leenprotocollen van de diverse leenkamers.

Marken:

Tot het opheffen van de marken in het midden van de 19e eeuw hebben ze een belangrijk stempel gedrukt op de samenleving in de buurtschappen. Tussen de 40 en 80% van de grond binnen de buurtschap was onverdeeld en gezamenlijk bezit van de belangrijke boerderijen in de marke. Dat waren de gewaarde boerderijen die op de markevergaderingen of holtingen stemrecht hadden.

De meeste marken hadden als centrum een hof waarvan de eigenaar voorzitter was van de markevergadering (erfmarkenrichter). Samen met een drietal ‘gezworenen’ of ‘setters’ moest hij toezien op de uitvoering van de markebesluiten. Er werd beraadslaagd over het gebruik van de markegrond: hoeveel schapen en iemenvolkeren er op de heide mochten, hoeveel koeien er op de broekgronden mochten grazen, hoeveel vrachten turf men uit het veen mocht halen, hoeveel varkens iedereen in de markebossen mocht drijven, enzovoort.

Ook de markeschool was een regelmatig punt van bespreking, alsmede de vestiging van hutten en de bijdragen aan de kerspelkerk en armenzorg.

Markenoverzicht

 

Bron: www.oudheidkamertwente.nl